Een terugblik…

by Stefmanovic


Dit een stukje dat ik op 28 Februari 2009 heb geschreven, tijdens mijn bachelor onderzoek in de Ica Vallei in Peru. Nou ja, niet precies tijdens het onderzoek, meer tijdens een korte ontsnapping naar Chincha, het epicentrum van de Afro-Peruaanse cultuur…

28 Februari, 2009 (Ergens tussen Chincha en Lima in)

Ons plan voor het weekend was simpel, we zouden naar Chincha en naar El Carmen gaan om naar “El Verano Negro” (de Zwarte Zomer) te gaan, een festival die in het teken staat van de Afro-Peruaanse muziek. Antonio en Grifa (de bijnaam van onze Ierse vriendin) waren donderdag al in El Carmen en hadden een ongelooflijke dronken nacht gehad. Michi kwam ons vrijdag middag ophalen bij David’s huis waar we ons al verzameld hadden. David had mij eerder die dag wat kaarten van de Ica Vallei laten zien zodat ik de regionale en geografische context van mijn onderzoek door zou hebben en mijn eerste deelvraag gedeeltelijk al kan gaan beantwoorden.

Bij aankomst vertelde Michi mij dat de vorige eigenaar van het huis waar ik verbleef een vriend van hem was. De wereld is gewoon te klein!

De reis naar El Carmen duurde ongeveer twee uur. El Carmen is te bereiken door simpelweg de snelweg naar Lima te nemen en op een gegeven moment rechts af te slaan. Je rijdt dan een tijdje langs allemaal velden met gewassen en af en toe zie je wat mensen met een donkere huidskleur langs de weg staan. Het was bijna alsof we in Afrika of een land zoals Haïti waren. Uiteindelijk kwamen we El Carmen binnen, je had het plaza de armas met een paar gebouwen erom heen en daar omheen bestond het voornamelijk uit gebouwen die zijn verwoest door de aardbeving. Hoewel veel van de schade en armoede aanwezig veroorzaakt is door de aardbeving, zou het mij niets verbazen dat de armoedige situatie voor de aardbeving ook al bestond.

Na te hebben genoten van een tweede (alweer koolhydraatrijke) lunch (ik had eerst lomo saltado wat aardappelen en rijst bevat en daarna een gerecht dat bestond uit aardappelen, kip en pasta) en wat te hebben gehangen in El Carmen, gingen we eindelijk naar Chincha. Ons originele plan was om in El Carmen te blijven, maar daar gebeurde niets en het dorpje was zo goed als verlaten, dus gingen we naar Chincha. Chincha zou de plek zijn waar alles zou gebeuren, we zouden onze dosis Afro-Peruaanse muziek krijgen en de Afrikaanse sfeer zou te proeven zijn.

Voordat we naar het festival zelf gingen hadden we avondeten, Grifa en ik hadden een bord friet en Pepe (één van Antonio’s vrienden) had patat met rare stukjes vlees die een één of ander orgaan te zijn dat de afvalstoffen (als in poep) van de kip bewaard. Grifa proefde een hapje…

Het festival had wat weg van een hele koude kermis. “Zwarte Zomer” klinkt sowieso al als iets deprimerend, alsof er veel mensen zijn vermoord of een hele nationale economie is ingestort. Hoewel Zwarte Zomer slaat op de Afro-Peruaanse muziek en cultuur realiseer ik me dat mijn eerste deprimerende gedachte dichter bij de waarheid lag. Het festival bestond uit een podium met daarop een salsaband die geleid werd door een dame met een te kort rokje die haar billen heen en weer schudt. Niks Afro-Peruaanse muziek, er waren nog geen eens Afro-Peruanen op het podium! Het grootste deel van de tijd stond er een presentator op het podium alle sponsors te bedanken en diende de salsa gespeeld door blanken als een tijdelijk afleiding om ervoor te zorgen dat het publiek niet helemaal in slaap donderde. Niet dat de muziek echt hielp, want het publiek stond maar apathisch naar het podium te staren.

Het had wat weg van ethnocide waarin de Afro-Peruaanse muziek/cultuur weg wordt gevaagd door het kapitalisme en het volk wordt vermaakt door tieten-kont-tieten-kont en drank, het doet me bijna denken aan het concept van “morele genocide” van Raphael Lemkin.

Terug in ons hotel hebben de fles wijn bijna opgedronken en voerde Antonio ons meer bier. Marieke had Pepe zo ver gekregen haar “urine” (koude mint thee) op te drinken en nu denkt Pepe dus dat vrouwenurine naar koude mint thee smaakt. Het zou nog kunnen kloppen ook omdat vrouwen niet poepen en als ze dat doen dan ruikt het naar rozen…toch?

De volgende dag zijn we naar het strand gegaan, het was fijn om even de zee in te springen en verse ceviche te eten. Alleen jammer dat ik op ten duur wanhopig op zoek was naar een toilet. Hygiëne blijft een groot probleem in Peru. Hoewel iedereen een mobiele telefoon heeft, toegang tot internet en het kapitalisme triomfant is, zijn een schone wc, schoon kraanwater of zelfs zoiets als wc papier, zeer zeldzaam. Het is zeker niet ongebruikelijk om hier toiletten aan te treffen die in zijn geheel zijn bedekt met uitwerpselen. Veel restaurants zijn gewoon cholera bommen die op het punt staan te ontploffen. Veel ziektes, infecties en de gevolgen daarvan zijn te voorkomen door simpelweg toe te zien op dit soort dingen. Mensen gooien afval op straat of verbranden het voor hun huis. De blanke middenklasse in Lima pretendeert dat alleen de mensen uit de bergen dit doen omdat zij geen enkel hygiënisch besef hebben maar in werkelijkheid ligt het probleem toch dieper dan bij de zogenaamde “achterlijkheid van de Indiaan”. De overheid (op alle niveaus) of het volk zelf zou hier achteraan moeten gaan, maar het probleem hierbij is dat beiden niet gemotiveerd zijn om dit te doen. De staat voelt zich nergens verantwoordelijk voor omdat hun neoliberale ideologie claimt dat de markt dit alles vanzelf wel zal oplossen. De burgers zelf hebben ook weinig interesse om dit te veranderen, behalve het feit dat velen hiervoor geen tijd/geld hebben, zullen velen ook niet als het zwarte schaap van hun gemeenschap gezien willen worden als zij anderen erop aanrekenen dat zij aan het vervuilen zijn. De NGO’s kunnen enkel ondersteuning bieden door dingen zelf schoon te maken of te proberen mensen te leren dat ze schoner moeten zijn. Het is echter wel zo dat de NGO’s geen werkelijke macht hebben, waardoor ze niet in staat zijn om dit te doen.

De vraag is nu of het mogelijk is deze verandering van mentaliteit door te voeren. Hoe gaat men het volk “heropvoeden”? Hoe doet men de staat realiseren dat zij verantwoordelijkheid moeten nemen?  Hoe zorgt men ervoor dat dit proces niet alleen top-down (als in dat de staat dit gaat regulieren en boetes uitdeelt bij overtreding) wordt maar ook buttom-up (emancipatie/opvoeding van het volk)?

Wat antropologen geïnteresseerd om langs te komen voor hun onderzoekjes?

Ah…flashback humor…

Advertisements